Een groepsverzekering betekent vele voordelen.

Het kan bijvoorbeeld dienen als aanvullig bij het wettelijke pensioen. Toch is een groepsverzekering in het algemeen niet zo bekend. In dit artikel sommen wij graag de voordelen van deze verzekering.
De meeste mensen weten niet hoeveel hun groepsverzekering kan en gaat opbrengen. Het wordt meestal gedeeltelijk of volledig door de werkgever betaald.
De tweede pijler in België verhoogt de brutovervangingsratio bij pensionering met 4 tot 5 procent. De brutovervangingsratio is de verhouding tussen het eerste pensioen en het laatste salaris. Zonder het aanvullend pensioen van de tweede pijler bedraagt de ratio ongeveer 60 procent. Algemeen geldt dat als uw 40 jaar lang 1 procent van uw loon bijdraagt, dat u dan een lijfrente ontvangt van 2,5 procent van het laatste loon. Aangezien de meeste sectorplannen een bijdrage voorzien van 1 tot 2 procent van het loon is een interessante rente niet zo evident. Maar volgens de experts is het belangrijk om uit de startblokken te geraken. De meeste bedrijven kunnen zich ook niet veroorloven om hoger te gaan dan 1,5 procent.
Vanaf een percentage van 4 procent stijgt de vervangingsratio al met ongeveer 10 procentpunten en bedraagt het ongeveer 70 procent. Dit wordt als redelijk beschouwd voor een comfortabel pensioen. Als het percentage tussen 5 en 7 procent van de loon ligt (concreet betekent dit een jaarlijkse premiestorting van 1.500 tot 2.000 euro) kunt u rekenen op een vervangingsratio van 70 tot 75 procent, concreet betekent dit

Wie heeft recht op een groepsverzekering?

Momenteel nemen bijna 60 procent van de arbeiders en bedienden deel aan dit systeem en genieten een aanvullen pensioen op ondernemingsniveau. Heel wat werknemers die van een middelgrote onderneming naar een kleiner bedrijf overstappen willen in hun nieuwe bedrijf nog steeds een groepsverzekering genieten. Kleine bedrijven raken dus steeds meer geïnteresseerd in het systeem van groepsverzekering. De complexiteit, de kosten en het beheer van de aanvullende pensioenen in de ondernemingen kunnen problematisch zijn, maar men werkt aan steeds betere formules.

Voldoende groepsverzekering?

Niet alleen ondernemingen klagen over onvoldoende toegankelijkheid. Het jaarlijkse fiche schrikt ook vele gewone leden af. Het is inderdaad niet gemakkelijk om zijn weg te vinden tussen de prestaties en waarborgen. Er zijn daarom plannen voor een project die de belangrijkste gegevens van de groepsverzekeringen zou centraliseren op overheidsniveau (www.sigedis.be). Jean-Michel Kupper, algemeen directeur van de afdeling ‘Employee benefit & health care’ bij Fortis Insurance Belgium (FIB), legt uit: “Tegen 2010 zou iedereen zijn lopende groepsverzekeringen moeten kunnen consulteren in een geïnformatiseerde gegevensbank. [...] maar het lijdt geen twijfel dat toekomstige gepensioneerden daardoor beter geïnformeerd zullen worden. Dat geldt zeker voor informatie over de gecumuleerde kapitalen waarop ze bij pensionering mogen hopen.”
Wel rijst de vraag of de huidige fiscaal gunstige behandeling van de groepsverzekering zal blijven bestaan. We kunnen wel vaststellen dat in vergelijking met de vorige jaren het aanslagtarief op geen enkel ogenblik is verhoogd. Integendeel, het tarief is zelfs verlaagd tot 10 procent als u actief blijft tot uw 65ste.

Uw groepsverzekering blijven volgen

Een Belgische werknemer verandert tijdens zijn loopbaan zo’n 4 tot 5 keer van werk. En dikwijls wordt het daardoor moeilijk om de groepsverzekering te blijven volgen. Binnenkort zal uw groepsverzekering niet meer in slaapstand terecht kunnen komen. Er wordt dus werk gemaakt om de basisbeginselen van een groepsverzekering bij het grote publiek bekend te maken.

Binnen de groep verlopen twee derde van de groepsverzekeringen volgens het principe van de ‘vaste bijdragen’. Bij dit systeem wordt elke maand een percentage van het loon gestort en zo het kapitaal van de pensionering opgebouwd. De overige formules van de groepsverzekering zijn verzekeringen met een vast te bereiken doel (de premie staat dan in functie van de gewenste prestatie). Het aantal groepsverzekeringen met een vaste bijdrage neemt ook toe. Jean- Michel Kupper: “Momenteel wordt ongeveer drie kwart van de premie door de werkgever betaald, het overige kwart is ten laste van de werknemer.” Een ander weinig belicht aspect zijn de soorten dekkingen die bestaan. De mogelijkheden zijn uitgebreid, ze variëren van hospitalisatieverzekering, een verzekering gewaarborgd inkomen bij invaliditeit tot een wezenrente.

Risico’s groepsverzekering

De bedrijfspensioenfondsen hebben in 2008 in de Verenigde Staten flink wat schade geleden. De meeste fondsen bestonden dan ook uit aandelen. Voor de Amerikaanse spaarders gingen in 2008 2000 miljoen dollar spaargeld in de rook op. Dit kan als lichtend voorbeeld dienen wat de mogelijke risico’s van pensioenfondsen betreft. En in België? Volgens de experts zijn drie kwart van de groepsverzekeringen verzekeringen met een gewaarborgd kapitaal en een gegarandeerde rente (tak21, nvdr). Door deze garanties moeten de premies best belegd worden in niet-risicovolle activa, zoals obligaties. Wauthier Robyns van Assuralia: “Door de rendementsverplichting en de solvabiliteitseisen zal het vermogen van de verzekeraars om zich aan hun verplichtingen te houden niet aangetast worden door de financiële storm.” 2007 was dus nog een relatief goed jaar, want het risico dat men loopt is klein.